Generic filters
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in excerpt

Studenten kijken wel instructie­video’s

Instructievideo’s worden, zeker sinds de coronapandemie, steeds vaker gebruikt om kennis over te dragen aan studenten. Vaak klinkt daarbij ook het geluid dat studenten de video’s onvoldoende bekijken en dat deze dus eigenlijk de moeite niet waard zijn. Zonde, want instructievideo’s kunnen wel degelijk werken.

De nuance zit hem in de manier waarop je deze video’s maakt en inzet. Bij het maken is het belangrijk om op de volgende punten te letten:

 

  1. Houd het rustig

Gebruik geen overbodige woorden, beelden en geluiden. Het kan aardig zijn om aan de start van les een video te tonen, maar als het om het leren gaat, zorgen extra prikkels voor een hogere cognitieve belasting.

 

  1. Combineer woord en beeld

Gebruik beelden om woorden te ondersteunen en andersom. Woorden en beelden worden apart verwerkt door het werkgeheugen. Gebruik bij voorkeur simpele afbeeldingen en icoontjes en laat ze naast elkaar in beeld zien voor minder cognitieve belasting.

 

  1. Als docent in beeld? Kan, hoeft niet

Studenten leren over het algemeen niet beter als er een persoon in beeld is. Soms is dit wel het geval, maar dan alleen als de persoon een bekende voor hen is. Richt je bij het maken van een video dus allereerst op de inhoud.

 

  1. Houd het spontaan

Voorbereiden is goed, maar schrijf tekst niet letterlijk uit: studenten leren over het algemeen beter als de tekst wordt verteld als een gesprek, anders dan volgens een strak, voorgelezen format. Gebruik dus vooral de steekwoorden in de presentatie als leidraad.

 

  1. Gebruik steekwoorden

Het werkgeheugen kan slechts één stroom aan verbale informatie tegelijkertijd verwerken. Als je tekst die je op een sheet presenteert tegelijkertijd voorleest, moet het brein kiezen en kan de keuze onbewust ook zijn om beide niet te ­volgen. Lees dus liever geen tekst voor. Het is daarbij aan te raden om maximaal zeven steekwoorden per sheet te tonen.

 

  1. Houd het kort

Een video kun je doorspoelen, en dat is wat studenten vaak doen bij video’s die langer zijn dan 6 minuten. Probeer video’s dus kort en bondig te houden. Een richtlijn is maximaal 10 minuten, maar bij voorkeur 3-6 minuten. Heb je presentaties van een hoorcollege? Knip deze dan bijvoorbeeld op in enkele korte video’s.

 

  1. Zorg voor actief kijken

Leren is een actief proces. Leer studenten daarom om actief te kijken. Zo kun je bijvoorbeeld elke twee minuten de video pauzeren en studenten vervolgens uit het hoofd samen laten vatten, bijvoorbeeld met de Cornell-methode. Maak de video daarnaast interactiever door bijvoorbeeld vooraf of naderhand vragen te stellen over de video. Ook kun je eventueel vragen aan de video zelf toevoegen, waarbij studenten deze kunnen pauzeren om vervolgens eerst zelf antwoord te geven.

 

Tot slot

Het is belangrijk om het inzetten van video’s actief te verwerken in je lessen. Dit kun je doen door in de lessen voort te bouwen op die video’s. Een manier om dit te doen is de antwoorden op quizvragen die studenten geven naar aanleiding van de bekeken video’s, te behandelen tijdens je lessen. Ga bijvoorbeeld in op veelgemaakte fouten. Kom ten slotte niet te veel tegemoet aan studenten die de instructievideo’s niet hebben gekeken.

Als alleen degenen die de video’s hebben gekeken met leuke activerende werkvormen aan de slag gaan, leren andere studenten zich het kijken snel aan.

 

 

Bronnen

Mayer, R. E. (2001). Multimedia learning. Cambridge University Press.

Horvath, J. C. (2019). Stop talking, start influencing: 12 insights from brain science to make your message stick. Chatswood, NSW: Exisle Publishing.

Ilioudi, C., Giannakos, M. N., & Chorianopoulos, K. (2013). Investigating Differences among the Commonly Used Video Lecture Styles. In Proceedings of the Workshop on Analytics on Video-based Learning. WAVe ’13.