Generic filters
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in excerpt

Laat studenten samen leren

Coöperatief leren houdt in dat studenten samen aan opdrachten werken, of samen over de leerstof discussiëren. Samenwerkend leren heeft een positieve invloed op de leerresultaten, bij zowel offline als online lesvormen. Dit komt waarschijnlijk omdat studenten coöperatieve leervormen leuker en motiverender vinden en dat vergroot hun inzet.

Samen leren verloopt niet altijd soepel. Om studenten effectief samen te laten leren, helpt het om rekening te houden met de GIPS-basisprincipes: gelijke deelname, individuele verantwoordelijkheid, positieve onderlinge afhankelijkheid en simultane interactie.

  • Gelijke deelname: Het is de bedoeling dat alle studenten ongeveer evenveel doen, zowel in het werk als tijdens discussies.
  • Individuele verantwoordelijkheid: Studenten moeten het gevoel hebben dat ze evenveel moeite in de opdracht steken als hun medestudenten. Daarnaast zal hun individuele input nodig zijn om de opdracht te laten slagen. Zo wordt hun verantwoordelijkheidsgevoel aangesproken.
  • Positieve afhankelijkheid: Studenten moeten het gevoel hebben dat ze met elkaar verder komen dan alleen. Dit kun je doen door de opdracht moeilijk te maken en ervoor te zorgen dat elke student een gedeelte van een puzzel moet oplossen. Dit zorgt voor een gevoel van verbondenheid en dat raakt aan de basisbehoefte om je verbonden te voelen met anderen.
  • Simultane interactie: Studenten worden tegelijkertijd geactiveerd om met een opdracht aan de slag te gaan. Het is dus niet de bedoeling dat student B pas verder kan als student A klaar is met zijn of haar gedeelte.

Omdat er tijdens samenwerken veel overlegd en onderhandeld wordt, kost coöperatief leren vaak meer tijd en moeite dan individueel leren. Om samenwerkend leren zo effectief mogelijk te maken, moeten de ‘kosten’ (zoals tijd en energie) niet hoger zijn dan de ‘baten’ (zoals nieuwe kennis, vaardigheden, inzichten en prestaties). Maak daarom de verwachtingen en het doel van de coöperatieve leervorm duidelijk. Studenten leren samenwerken kost tijd, maar uiteindelijk wordt door die samenwerking de leeropbrengst hoger. Om samenwerken makkelijker te maken kun je studenten indelen op niveau en hen laten werken in homogene groepen. Het nadeel hiervan is dat de kloof tussen studenten die de stof goed beheersen en zij die deze minder beheersen, niet kleiner wordt. Als je kiest voor het maken van heterogene groepen zal dit meer cognitieve inspanning vragen van de studenten, maar ook de potentiële netto leeropbrengst verhogen.

 

Hoe kun je studenten goed laten samenwerken?

  1. Jigsaw-methode

De Jigsaw-methode is een vorm van samenwerkend leren die verwijst naar het principe van een legpuzzel. Als docent verdeel je de leerinhoud in gelijke delen, de puzzelstukken. Na de verdeling leggen de studenten die samen en komen ze tot één inhoudelijk geheel; de oplossing van de puzzel. Deze werkvorm kun je inzetten bij wat complexere leerinhoud. Lastiger is het bij geheel nieuwe concepten, zoals nieuwe theorieën. Je moet de onderdelen van de leerinhoud namelijk eenvoudig naast elkaar neer kunnen leggen. Dit kan als volgt:

  • Vorm (jigsaw)groepen van vier à zes studenten. In die groep komen de studenten in een later stadium opnieuw samen.
  • Verdeel de leerstof (bijvoorbeeld verschillende teksten over één onderwerp) in vier tot zes gelijke delen. Je verdeelt de studenten opnieuw, zodat er vanuit elke jigsawgroep één persoon in de expertgroep zit. Deze studenten worden samen als het ware ‘expert’ in dat stukje inhoud. Ze lezen de aangeboden informatie en/of zoeken informatie op, ze bespreken de onduidelijkheden en voeren eventueel een opdracht uit.
  • Laat de studenten opnieuw plaatsnemen in de oorspronkelijke jigsaw­groepen. In deze fase lichten de studenten de inhoud toe waarin zij ‘expert’ zijn geworden. Hieraan kun je ook een bijkomende opdracht koppelen.

 

  1. Groepsmondeling

Laat studenten in kleine groepjes relatief moeilijke leerstof voorbereiden voor een mondeling. Geef studenten daarbij nadrukkelijk de opdracht mee dat ze er samen verantwoordelijk voor zijn dat iedereen de stof heeft doorgenomen en dat ze er vragen over krijgen. Houd vervolgens een mondeling waarbij je studenten willekeurig – maar wel evenredig – vragen stelt over de leerstof. Dit kun je doen als oefening tijdens een les of als beoordeling van groepswerk. Op deze manier leren studenten samen en van elkaar.

 

  1. Samenwerken beoordelen

Groepswerk beoordelen kan op verschillende manieren:

  • Iedereen krijgt hetzelfde cijfer.
  • De groep verdeelt het cijfer (bijvoorbeeld 28 punten voor 4 studenten: ‘hoe zouden jullie dit verdelen?’).
  • Een deel van het cijfer is voor iedereen gelijk en een deel op basis van de individuele bijdrage.
  • Een deel van het cijfer is voor iedereen gelijk en een deel op basis van een individueel product.

Je kunt bijvoorbeeld samen met studenten bespreken wat zij passend zouden vinden, en/of samen beoordelen wat eerlijk is bij de opzet van de opdracht.

 

 

Bronnen

Jones, K. A., & Jones, J. L. (2008). Making Cooperative Learning Work in the College Classroom: An Application of the ‘Five Pillars’ of Cooperative Learning to Post-Secondary Instruction. Journal of Effective Teaching, 8(2), 61–76.

Fakomogbon, M. A., & Bolaji, H. O. (2017). Effects of collaborative learning styles on performance of students in a ubiquitous collaborative mobile learning environment. Contemporary Educational Technology, 8(3), 268–279.

Kagan, S., & Kagan, M. (2013). Coöperatieve leerstrategieën. Den Haag: Bazalt.

Nokes-Malach, T., Zepeda, C., Richey, J., & Gadgil, S. (2019). Collaborative learning: The benefits and costs. In J. Dunlosky, K. Rawson, C.D. Zepeda., E. Richey, & S. Gadgil (Eds.), The Cambridge Handbook of Cognition and Education (pp. 500-527). Cambridge: Cambridge University Press.