Generic filters
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in excerpt

Laat studenten elkaar de leer­stof uitleggen

Leren is een sociaal proces. We leren vooral door en met anderen te communiceren. Het is dan ook niet gek dat studenten betere resultaten halen wanneer ze leerstof aan elkaar uitleggen dan wanneer ze individueel leren. Peer instruction is instructie door leeftijdsgenoten en verhoogt de mate waarin studenten de leerstof beheersen. Verder kan peer instruction motiveren en leiden tot grotere betrokkenheid bij de les.

Wanneer studenten elkaar iets uitleggen, is dat leerzaam voor de studenten die de stof uitleggen omdat zij een nieuw perspectief op dezelfde stof krijgen. Maar ook zullen ze ontbrekende kennis herkennen wanneer ze iets niet goed kunnen uitleggen of kritische vragen krijgen. Instructie door medestudenten is daarnaast ook effectief voor de ontvangers, omdat medestudenten de stof soms begrijpelijker uit kunnen leggen dan docenten. Dat komt omdat studenten zelf pas kortgeleden de cruciale denkstappen hebben gezet die nodig zijn om de leerstof te begrijpen. Als docent beheers je de stof al lang, waardoor het lastig is om je te verplaatsen in het denkproces van beginners. Deze kennisvloek, de curse of knowledge, belemmert je als docent soms bij het geven van begrijpelijke uitleg.

 

Hoe kun je studenten in de les stimuleren om elkaar de leerstof uit te leggen?

  1. Peer instruction

Je kunt op verschillende manieren faciliteren dat studenten elkaar iets uitleggen. Een manier om dit te doen is vooraf of tijdens de les een vraag stellen aan studenten waarop ze via hun smartphone antwoord moeten geven. Laat studenten hierna met elkaar in gesprek gaan, en laat ze elkaar proberen te overtuigen van hun gelijk. Op basis van de logica zouden studenten met het goede antwoord meer overtuigingskracht moeten hebben. Hierna beantwoorden studenten opnieuw de vraag, waarna je als docent feedback geeft en toelichting geeft op de beste antwoorden.

 

  1. Expertgroepen

Verdeel studenten in groepjes en laat hen zich verdiepen in een onderdeel van een theorie of vaardigheid. Geef hun allemaal de opdracht om expert te worden in het onderwerp door de informatie actief te verwerken, bijvoorbeeld door er samen een conceptmap, infographic of presentatie over te maken. Mix vervolgens de groepjes, waarbij er in iedere nieuwe groep een andere expert zit. Laat studenten elkaar de leerstof uitleggen of handeling voordoen, zodat de rest van de studenten deze ook gaat beheersen. Bevraag nu de nieuwe groepjes: is het gelukt om van elkaar te leren? Een variant hierop kan zijn dat studenten weer teruggaan naar de oorspronkelijke groepen om te kijken welke groep het meest heeft geleerd van de rest, bijvoorbeeld met behulp van een quiz.

 

  1. Interview

Geef als docent een onderwerp waarover studenten vragen bedenken voor elkaar. Dit kunnen vragen zijn die betrekking hebben op interesse of inhoud, afhankelijk van het doel. Zowel de interviewer als de geïnterviewde kunnen hiervan leren. Daarbij is het belangrijk dat studenten goed doorvragen. Bespreek vervolgens centraal welke vragen en antwoorden studenten hebben uitgewisseld. Welke vragen vallen op? Welke antwoorden zijn goed?

 

 

Bronnen

Vygotsky, L. S. (1962). Thought and language. Cambridge, MS: The MIT Press.

Cortright, R. N., Collins, H. L., & DiCarlo, S. E. (2005). Peer instruction enhanced meaningful learning: ability to solve novel problems. Advances in Physiology Education, 29(2), 107–111.

Tullis, J. G., & Goldstone, R. L. (2020). Why does peer instruction benefit student learning? Cognitive Research: Principles and Implications, 5, 1–12.

Watkins, J., & Mazur, E. (2010). Just-in-Time Teaching and Peer Instruction. In S.P. Simkins & M.H. Maier (Eds.), Just-in-Time Teaching: Across the Disciplines, Across the Academy (pp 39-62). Sterling, VA: Stylus Publishing.