Generic filters
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in excerpt

Geef leergerichte feedback

Feedback zorg ervoor dat informatie goed wordt verwerkt of opgehaalde kennis beter wordt opgeslagen. Feedback is dan ook een cruciaal onderdeel van het leerproces. Er zijn verschillende vormen van feedback:

  • Prestatiegerichte feedback helpt studenten om in te zien waar ze staan.
  • Progressiegerichte feedback helpt studenten inzien hoe ze vooruit zijn gegaan.
  • Discrepantiegerichte feedback laat studenten zien wat ze nodig hebben om zich verder te ontwikkelen.

Feedback moet altijd zo duidelijk, concreet, behapbaar en objectief mogelijk zijn. Feedback volgt vaak op een taak, zoals een toets, product of handeling. Hij is daarom in eerste instantie vaak taakgericht: hij helpt studenten om te ver­beteren op die specifieke taak. Feedback is echter effectiever, oftewel leer­gerichter, als hij helpt de student om zichzelf te verbeteren. Het is daarom waardevoller om feedback te geven op het leerproces en het zelfsturend vermogen van studenten, bijvoorbeeld door hun te vragen hoe zij iets hebben aangepakt. Op die manier kunnen zij ook verbeteringen in andere situaties aanbrengen.

Meer feedback is niet altijd goed. Studenten kunnen erop gaan rekenen en daardoor zelfs minder presteren. Effectieve leergerichte feedback zet vooral studenten aan tot actie, niet de docent: het zweet moet op de juiste rug komen te staan. Geef bijvoorbeeld epistemische feedback. Dat is feedback waarbij je wel aangeeft dat iets ontbreekt of niet klopt, maar niet precies wat. Zo moeten studenten actief aan de slag. Laat feedback dus niet enkel commentaar zijn waar studenten passief mee kunnen wegkomen.

 

Verder komt uit onderzoek naar voren dat effectieve feedback:

  • Handvatten biedt
    Effectieve feedback gaat over de relatie tussen de tot dan toe geleverde prestatie en de gewenste prestatie (kloof). Het dient om handvatten te bieden om verder te kunnen komen (zie afbeelding).
  • Snel volgt
    Als een leerling 2-3 weken op een toetsuitslag moet wachten, is het voor hem of haar lastig om een verband te leggen dus het (leer)gedrag en het daaruit voortkomende cijfer. Zo kunnen er verkeerde associaties ontstaan en is de feedback op het leren niet meer effectief.
  • Aansluit bij de leerlingen
    Feedback heeft alleen zin als de leerling deze begrijpt en er wat mee kan. Feedback heeft een averechts effect als het verkeerd wordt begrepen (zie blauwe schema).
  • Nodig moet zijn
    Als leerlingen te vroeg feedback krijgen, leren zij te weinig en worden zij juist minder zelfverzekerd. Daarom is het soms juist nuttig om je feedback uit te stellen (zie decision tree). Zo voorkom je dat ze erop gaan leunen.

 

Hoe kun je de juiste feedback geven?

  1. Feedbacksheet

Geef in plaats van specifieke feedback, een aantal algemene opmerkingen. Je kunt de eerstvolgende les starten met het presenteren van voorbeelden die typische verbeterpunten of sterke punten laten zien. Laat die voorbeelden vergezeld gaan van feedback over hoe studenten die verbeterpunten het best kunnen aanpassen. Geef hun vervolgens tijd om naar de feedback te kijken. Zo kunnen zij de algemene feedback op hun eigen product toepassen en hun aanpak laten zien. Daarnaast zou je studenten aan elkaar kunnen koppelen om hen elkaars uiteindelijke werk nog van individuele feedback te laten voorzien.

 

  1. Feedbacklegenda

Het idee van de feedbacklegenda is dat jouw feedback studenten opnieuw laat nadenken over hun antwoord bij bijvoorbeeld een toets of product. In plaats van uitgebreide geschreven feedback of de juiste antwoorden, kun je simpelweg een letter (of kleur of stip of iets soortgelijks) in de zijlijn of bij de alinea te plaatsen. Dit teken staat bijvoorbeeld voor ‘dit is totaal niet het goede antwoord’, ‘dit antwoord is niet helemaal goed’ of ‘er ontbreekt een onderdeel’. Er zijn verschillende mogelijkheden te bedenken (zie legenda). De legenda kun je uitdelen of presenteren, zodat studenten weten waar de tekens voor staan. Het idee is dat het veel minder tijd kost om deze tekens neer te zetten en veel belangrijker nog: dat je daardoor studenten zelf laat uitzoeken waar de feedback vandaan komt. Dit zorgt ervoor dat zij nog een keer actief bezig zijn met de leerstof en er zo weer van leren, in plaats van simpelweg een te duidelijke hint of zelfs het goede antwoord te krijgen. Het zorgt er dus voor dat studenten nadenken over de feedback die zij krijgen.

 

  1. Live beoordelen

Laat studenten individueel of in groepen aan een of meer relatief complexe vraagstukken werken, zoals een casus, enkele open vragen of laat hen een schema vinden of maken. Laat hen dit delen op een centrale plek (zoals Padlet). Kijk er vervolgens met de hele groep naar: wat valt op? Wat zijn goede voorbeelden? Waar zitten juist punten om aan te werken? Zet daarbij ook in op individuele vragen, zoals: ‘Tim, als je jouw antwoord vergelijkt met de rest, zou je dan nog wat willen aanpassen?’ Betrek alle studenten bij het gesprek en zet zo ook aan tot peer feedback.

 

 

Bronnen

Voerman, L., & Faber, F. (2016) Didactisch coachen: Hoge verwachtingen concreet maken met behulp van feedback, vragen en aanwijzingen. Baarn: De Weijer Design.

Fletcher-Wood, H. (2018). Responsive teaching: Cognitive science and formative assessment in practice. London: Routledge.

Kirschner, P.A., Claessens, L., & Raaijmakers, S. (2019). Op de schouders van reuzen: Inspirerende inzichten uit de cognitieve psychologie voor leerkrachten. Meppel: Ten Brink Uitgevers.